Helix Hot News?
  • Fatty Acids
  • Calux
  • Vitamines
  • Sudan Red
  • Archive
  • Gebouw Laboratorium ECCA NV

     

    Laboratorium ECCA NV is een onafhankelijk laboratorium geaccrediteerd door BELAC volgens norm:

    NBN EN ISO 17020 / NBN EN ISO 17025
    accreditatienummer 051-INSP / accreditatienummer 051-TEST

    Erkend door de Federale Overheidsdienst van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, de Vlaamse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Erkende Adviesinstantie Vlaamse Gemeenschap.

    ECCA is een laboratorium voor chemische, microbiologische en biologische analyses in de sector van de voedingsindustrie en de leefmilieuproblematiek. Als dienstverlenend en onafhankelijk bedrijf staan wij open voor de industrie, de openbare instellingen en privé personen.

    Het laboratorium ECCA NV is geaccrediteerd door Belac voor het uitvoeren van een honderdtal analyses volgens de NBN EN ISO 17025 criteria. De analyses worden uitgevoerd volgens gevalideerde methodieken. Elk resultaat wordt opgevolgd via een uitgebreid systeem van eerste, tweede en derdelijns kwaliteitscontroles.

    Personeel Laboratorium ECCA NV

    • Auteur: Dr. Frank Benijts, Afgevaardigd Bestuurder Laboratorium ECCA NV.
      Publicatie: Ecotips, 3 - 1999 (mei - juni)

    • Auteur: Dr. Frank Benijts, Afgevaardigd Bestuurder Laboratorium ECCA NV.
      Publicatie: Ecotips, 6 - 1999 (november - december)

    Ecotoxicologisch onderzoek: Een nieuwe aanpak binnen het Vlaams milieubeleid


    In de Verenigde Staten zijn bioassays, of ecotoxicologische testen met waterorganismen, reeds 20 jaar opgenomen als standaardtesten om naast chemische en fysische parameters de verontreiniging van water en bodem te definiëren. Europa is sinds enkele jaren ook aandacht gaan besteden aan deze biologische testen in hun wetgeving.
    Ook Vlaanderen heeft werk gemaakt om deze benadering ernstig te laten evalueren.
    Twee studies in opdracht van de Vlaamse Overheid zijn afgewerkt en wachten op een politieke beslissing om deze technieken in de wetgeving te integreren en het gebruik van bioassays verplicht te implementeren als aanvulling voor het chemisch en fysisch onderzoek. De eerste studie heeft deze methodiek specifiek bestudeerd in het kader van effluentenonderzoek, de tweede studie onderzocht de benadering op waterbodems en resulteerde in de Triade methodiek.

    Effluenten

    Dat het meten van de ecotoxiciteit van effluenten belangrijke complementaire informatie verschaft ten aanzien van de chemische analyses is reeds ten overvloede aangetoond in diverse wetenschappelijken studies.
    De enorme toename van nieuwe chemische stoffen die in ons milieu terechtkomen, laat niet meer toe om een sluitende wetgeving op te stellen enkel en alleen gebaseerd op het meten van specifieke chemische stoffen.
    Verschillende landen hebben deze biologische benadering ook al geïntegreerd in hun milieuaanpak en hun milieuwetgeving.
    De USA hanteert fysico-chemische parameters naast directe toxiciteitsevaluaties en de biomonitoring van de ontvangende oppervlaktewateren. Duitsland, Frankrijk en Ierland, hanteren reeds directe toxiciteitsevaluaties in hun vergunningswetgeving. Ook Nederland doet dit voor sommige sectoren.
    Bij ons in Vlaanderen is sinds enkele jaren een verhoogde belangstelling bij de beleidsmensen waar te nemen om de fysisch-chemische monitoringsprogramma's voor oppervlakte- en afvalwaters aan te vullen met ecotoxiciteitstesten van de effluenten en biomonitoring van de oppervlaktewateren.
    Een bottle-neck bij de ecotoxicologische benadering is steeds geweest de keuze van het testorganisme en hierbij aansluitend de testprocedure die universeel en reproduceerbaar dient uitgevoerd te worden. Ook de beoordeling van de resultaten en het vastleggen van normen voor deze testen is een niet eenvoudige taak. Om hierop een adequaat antwoord te geven, heeft de VMM een onderzoeksproject gestart met als titel: "Ecotoxicologisch onderzoek naar industriële effluenten".

    In een eerste fase werd hierin een literatuurstudie uitgevoerd naar de beschikbaarheid en het gebruik van diverse ecotoxicologische testen voor de beleidsmatige evaluatie van effluenten.

    In een tweede fase werd een praktisch onderzoek uitgevoerd waarbij de geselecteerde methoden uitgetest werden op effluenten van twee industriële sectoren (organische chemie en textielveredeling).

    Waterbodems

    Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap is tevens een grootschalig onderzoek gestart om de actuele ecologische kwaliteit van waterbodems te definiëren. Het focusseren van milieuonderzoek op specifiek de waterbodems, heeft een dubbele betekenis. Enerzijds is de evaluatie van de waterbodems een belangrijk deel in de globale evaluatie van de waterloop gezien zowel historische verontreiniging als meer recente invloeden duidelijk kunnen waargenomen worden, en anderzijds is de kennis van de waterbodems belangrijk om bij het baggeren de invloed op het milieu te kunnen inschatten van stoffen die hierbij kunnen vrijkomen.

    Gezien de complexiciteit van de matrix en de diverse omstandigheden waarbij chemische stoffen kunnen voorkomen in waterbodems, is een louter fysisch-chemisch onderzoek zeker onvoldoende voor de karakterisatie ervan.
    De aard waarop chemische componenten geadsorbeerd of gebonden zijn op allerlei partikels, de graad van oxidatie of reductie van het milieu, bepaalt de ecotoxicologische impact welke de component zal hebben op zijn omgeving.
    Een fysisch-chemisch onderzoek geeft basisinformatie over de fysisch-chemische toestand van de waterbodems, maar geeft geen uitsluitsel over de hoeveelheid van een chemische component die biologisch beschikbaar is.
    Ecotoxicologisch onderzoek daarentegen geeft een inzicht in de potentiële effecten.
    Bij veldinventarisatie wordt gezocht naar de effecten op levensgemeenschappen in site. Algemeen wordt aangenomen dat één-component analyse van verontreiniging - de waterbodems - zij het fysisch-chemisch, zij het ecotoxicologisch, zij het veldinventarisatie - niet voldoende is voor de inventarisatie ervan.
    Vanuit deze invalshoek werd in 1998 door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een studie afgerond onder de titel: "Handboek voor de karakterisatie van de bodems van de Vlaamse waterlopen volgens Triade".
    In deze Triade-methodiek worden de drie onderdelen (fysico-chemie, ecotoxicologie en biologie) van de beoordeling gebruikt, en wordt aan elk van de drie beoordelingen een gelijk gewicht toegekend. Het principe van de classificatie van de waterbodems berust op een evaluatie van de afwijking ten opzichte van een referentietoestand, zowel fysisch-chemisch, ecotoxicologisch als biologisch. Dit betekent dat in de drie gevallen een referentietoestand moet gedefinieerd worden.
    Dit schept de mogelijkheid om zonder bestaande normering waterbodems in te delen en ze op kaart weer te geven.

    De Chemische parameters die in aanmerking komen voor de berekening van de fysisch-chemische toestand van waterbodems zijn:

    • klei (%) en organische stof
    • apolaire KWS
    • extraheerbare organohalogenen (EOX)
    • som van de pesticiden
    • som van 7 PCB's
    • som van 6 PAK's van Borneff
    • zware metalen: Cd, Cr, Cu, Ni, Pb, Hg, Zn en As

    Voor de ecotoxicologische benadering worden drie bioassays voorgesteld, waarvan twee poriënwater testen en één vaste fase test:

    • poriënwatertest met Raphidocelis subcapitata
    • poriënwatertest met Thamnocephalus platyurus
    • sediment contacttest met Hyalella azteca

    Voor de biologische kwaliteit van waterbodems werden deze twee indexen gebruikt:

    • biotische waterbodemindex
    • kaakafwijkingen bij muggenlarven

    Dr. Frank Benijts.
    Afgevaardigd Bestuurder Laboratorium ECCA NV.

     

    Hoe berekent de overheid uw milieuheffing op afvalwater? Hoe kan daarop bespaard worden?


    Wie opteert om de berekening van de milieuheffing voor afvalwater te laten gebeuren op basis van debietsproportionele bemonstering en analyses, heeft de mogelijkheid om minder belasting te betalen, zeker wanneer het bedrijf inspanningen levert om de kwaliteit van het afvalwater te verbeteren. Ook Vlaanderen heeft werk gemaakt om deze benadering ernstig te laten evalueren.

    Algemeen is de milieuheffing in Vlaanderen gebaseerd op één van de fundamentele principes waarop heel het Europees Milieubeleid is gestoeld, nl. het beginsel 'de vervuiler betaald'. Maar tevens is er in het beleid een duidelijke stimulans te noteren om de vervuiler preventieve acties te laten ondernemen om enerzijds de vervuiling aan de bron te beperken (aanmoedigingsfunctie) en anderzijds om zelf het initiatief te nemen om een belangrijke stap in de zuivering zelf uit te voeren (herverdelende functie). Concreet betekent dit dat uitgaande van het beginsel dat iedereen verplicht is om voor zijn vervuiling te betalen, men ook de voor- en nadelen moet afwegen met betrekking tot de investeringen en de te nemen maatregelen die de vuilvracht kunnen reduceren en bijgevolg ook de te betalen milieuheffing zullen verminderen.

    Hoe wordt de milieuheffing (H) bepaald?

    De heffing (H) is gelijk aan de vuilvracht (N) uitgedrukt in VE (vervuilingseenheden) vermenigvuldigd met het tarief per vervuilingseenheid (T). Dus H=NxT waarbij N=N1+N2+N3+Nk.
    Dit tarief (T) bedroeg in 1991 600 BEF, in 1999 997 BEF, in 2000 1016 BEF en is thans voor 2001 1042 BEF. Voor de berekening van N, de vuilvracht, worden verschillende berekeningsformules gehanteerd al naargelang het gefactureerde waterverbruik en/of de pompcapaciteit van de eigen waterwinning. Bij grotere bedrijven (meer dan 500 m3gefactureerd waterverbruik of meer da 5 m3 /u pompvermogen) stemt dit overeen met het geloosde debiet en de hoeveelheden aan zuurstofbindende- en zwevende stoffen in het afvalwater (N1), plus een hele reeks aan zware metalen (N2), plus de zogenaamde nutriënten stikstof en fosfor (N3) en de vuilvracht veroorzaakt door het lozen van koelwater (Nk).
    De VMM hanteert twee verschillende berekeningswijzen voor de grootverbruikers. De bedrijven kunnen kiezen. Ofwel laten zij hun geloosde afvalwater door een erkend laboratorium meten en analyseren en delen ze de resultaten mee aan de VMM. Dit betekent dus een nauwkeurige meting van de aard van de vervuiling en aldus, in correlatie daarmee, van de te bepalen heffing. Uiteraard neemt de VMM ook controlestalen. Ofwel laten de bedrijven hun geloosde vuilvracht op een forfaitaire manier berekenen door de VMM. De aard van het bedrijf bepaalt dan met welke omzettingscoëfficienten het waterverbruik en eventueel de productiegegevens vermenigvuldigd worden. Hoe vervuilender de bedrijfstak is, hoe hoger de coëfficienten en dus ook de heffing. Ook wanneer de VMM helemaal niet of onvolledig over analysegegevns beschikt, zal voor de berekening van de vuilvracht gebruik gemaakt worden van omzettingscoëfficienten.

    In algemene regel heeft een bedrijf er voordeel bij om de milieuheffing te laten bepalen met behulp van bemonstering en analyse. Bij de vuilvrachtberekening op basis van omzettingscoëfficienten gaat het immers om een berekeningswijze die de VMM in staat stelt om op snelle manier de vuilvracht van een niet bemonsterd bedrijf te bepalen. Deze methode zal ook gehanteerd worden als de meetgegevens onvolledig voorhanden zijn. de reglementering is evenwel zodanig vastgelegd dat deze berekeningsmethode steeds een hogere heffing tot gevolg heeft. De bedrijven worden aldus aangespoord om een meetput te installeren en via bemonstering en analyse hun reële vuilvracht te laten bepalen door een daartoe erkend laboratorium.
    Bedrijven die een deel van het gebruikte water verwerken in hun eindproduct hebben een dubbel voordeel om de milieuheffing te laten bepalen met behulp van bemonstering en analyse. Bedrijven waar het gebruikte water (leidingwater en/of opgepompt putwater) gedeeltelijk wordt gebruikt in het productieproces voor de bereiding van het eindproduct (brouwerijen, vleeswaren-bedrijven, bakkerijen, enz.) hebben er zeker alle belang bij om hun milieuheffing te laten bepalen door debietsbemonstering en analyse van hun afvalwater aangezien bij de berekening via omzettingscoëffiënten enkel rekening gehouden wordt met het gebruikte water en niet zoals vaak gedacht wordt met het geloosde water.

    Besparen op afvalwaterheffingen.

    Wie kiest voor de berekening van de milieuheffing op basis van analyses, kan enkele practische tips in het oog houden om te besparen.

    De keuze van het laboratorium.

    Voor de bemonstering van afvalwater en het uitvoeren van de analyses hierop moet een bedrijf verplicht beroep doen op een hiervoor door de Vlaamse Executieve erkend laboratorium. De datum waarop deze metingen worden uitgevoerd dienen verplicht te worden meegedeeld aan de VMM, die zo controle uitvoerd op de juistheid van de bemonstering en ook dubbels ter beschikking krijgt van de stalen, om eventueel tegenanalyses uit te voeren. Het is van groot belang dat de VMM vertrouwen heeft in de manier waarop het bedrijf en het laboratorium deze bemonstering- en analysecampagne aanpakken. Een vertrouwensrelatie en openheid van het bedrijf ten opzichte van het laboratorium, zijn essentieel om een juiste en betrouwbare meetcampagne uit te voeren. Niet het op het eerste gezicht kleine voordeel dat men schijnbaar kan hebben door het laboratorium te kiezen dat enkele duizenden franker goedkoper is dan een ander is van belang. Een keuze gebaseerd op kwaliteit en vertrouwen kan in een verder stadium vele tienduizenden tot honderdduizende franken doen besparen. Bij een achteraf geweigerde campagne door de VMM wordt men immers belast volgens de forfaitaire berekening.

    De voorschriften die de VMM oplegt in de procedures.

    De opgelegde timing en voorschriften vastgelegd door de overheid dienen rigoreus gevolgd te worden, zoniet wordt de uitgevoerde meetcampagne later nietig verklaard.

    • De heffingsplichtige moet ten laatste 10 werkdagen voor de maand waarin hij de bemonstering zal laten uitvoeren de VMM hiervan in kennis stellen.
    • 30 dagen na de eerste monsternamedag moet de heffingsplichtige de resultaten hiervan aan de VMM overmaken.
    • De metingen moeten uitgevoerd worden tijdens de maand van de grootste bedrijvigheid.
    • De 5-daagse of 3-daagse (afhankelijk of u meer of minder dan 500 000 BEF milieuheffing dient te bepalen) metingen moeten gebeuren in opeenvolgende dagen.
    • De metingen dienen te worden uitgevoerd binnen éénzelfde kalendermaand.
    • Elke afwijking dient vooraf aan de VMM aangevraagd en schriftelijk goedgekeurd te worden.

    Voor de correcte opvolging van al deze verplichte procedures zal een goed laboratorium de klant uiteraard inlichten en er over waken dat alles juist wordt uitgevoerd, maar voor de VMM is enkel de vervuiler de eindverantwoordelijke voor de goede uitvoering van de campagne.

    Een goede en gereinigde meetgoot.

    De correcte installatie van een meetput met venturi of meetschot is essentieel om een juiste bemonstering uit te voeren. Indien de VMM bij controle ter plaatse vaststelt dat deze niet correct is gemonteerd zal de meetcampagne worden afgelast of uitgesteld. Dit veroorzaakt extra kosten aangezien het laboratorium zijn campagne dient te herbeginnen. Geregeld wordt ook vastgesteld dat een meetput niet wordt onderhouden zodat men het risico loopt dat extra slib mee bemonsterd wordt en zo een hogere belasting tot gevolg heeft aangezien de zwevende stoffen een belangrijke bijdrage betekenen in de vuilvrachtberekening. Het verdient daarom aanbeveling de meetput grondig te reinigen voor de bemonstering.

    Correcte en betrouwbare informatie betreffende de te verwachten debieten.

    Bij elke debietsproportionele bemonstering dient het laboratorium het monsternametoestel in te stellen en te ijken in overeenstemming met de reële hoeveelheid afvalwater die in 24u tijd zal worden geloosd. Indien deze instelling wordt gedaan op basis van verkeerde informatie zal ofwel te weinig water in de recipiënten worden opgevangen, of zullen de bemonsteringspotten gedurende de meetcampagne overlopen. In beide gevallen zal de VMM die bemonstering afkeuren en verlenging aanvragen. Dit veroorzaakt opnieuw extra kosten voor het bedrijf.

    Draai de afvalwaterkraan niet dicht tijdens de dagen van bemonstering.

    Wat op het eerste gezicht een middel lijkt om de milieuheffing te te verlagen leidt in de meeste gevallen tot hogere heffingen. Immers indien een groot deel van het water niet geloosd wordt, met de bedoeling om de debieten minimaal te houden, wordt ook een grote stroom van meestal properder water afgesneden. Hierdoor ontstaat een afvalwater dat in debiet merkelijk kleiner is, maar sterker geconcentreerd is met een hogere vuilvracht tot gevolg.
    Bij de uiteindelijke afrekening zal de VMM de gerapporteerde debieten vergelijken met de facturen van het leidingswater en/of met de hoeveelheden opgepompt water. Gezien deze door deze manipulatie niet zullen overeenstemmen loopt men de kans dat de VMM de meetcampagne niet aanvaardt en forfaitair belast, ofwel de berekening uitvoert op basis van uw hogere vuilvracht (geconcentreerder afvalwater) vermenigvuldigd met het reëel debiet afvalwater volgens de waterfacturen. Beide gevallen resulteren in een negatief resultaat.

    Dr. Frank Benijts.
    Afgevaardigd Bestuurder Laboratorium ECCA NV.

     

    De correcte bepaling van de afvalwaterheffing en de naleving van de milieuheffing vereisen chemisch en biologisch onderzoek.Leefmilieu ECCA bemonstert, analyseert de vooraf vastgelegde parameters en interpreteert de resultaten.

    Naast het analyserapport kunnen wij tevens de verdere afhandeling van de milieudossiers van de bedrijven begeleiden. Met mobiele apparatuur bemonsteren wij oppervlaktewater, grondwater, drinkwater, afvalwater en bodem, sediment, vast afval.

    ECCA beschikt hiervoor over de nodige apparatuur om algemene chemische parameters en anorganische parameters, waaronder zware metalen, te bepalen. Voor de bepaling van organische parameters beschikt het laboratorium ECCA over moderne, kwalitatief hoogwaardige instrumenten.

    Het Heffinsprincipe

    BACK


    De huidige afvalwaterheffingsregeling werd ingevoerd op 1 januari 1991 en is gebaseerd op het principe "de vervuiler betaalt". De heffing heeft als doel enerzijds de verbruiker aan te zetten om zuiniger om te springen met water en anderzijds om de vervuiler te laten bijdragen in de kosten die de overheid maakt om het afvalwater te zuiveren. De bedrijven moeten zoveel mogelijk zelf zuiveren en investeren in productietechnieken waarbij zo weinig mogelijk afvalwater ontstaat.

    Iedereen die in het Vlaams gewest water verbruikt en/of loost is heffingsplichtig. In geval het leidingwater betreft, wordt de persoon waaraan de watermaatschappij het waterverbruik factureerde, beschouwd als heffingsplichtige voor dit waterverbruik.

    De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is de instantie die de heffingsbedragen van de gezinnen, de bedrijven en de landbouw int.

    Bij het berekenen van de heffing wordt een onderscheid gemaakt tussen "kleinverbruikers" en "grootverbruikers". Kleinverbruikers hebben per jaar een waterverbruik kleiner dan 500 m 3 en/of een eigen waterwinning met pompcapaciteit kleiner dan 5 m 3 /u. Het zijn in hoofdzaak de gezinnen. Ook kleine bedrijven en diensten die maar weining water verbruiken, behoren tot de kleinverbruikers. Grootverbruikers zijn voornamelijk bedrijven: ze hebben een waterverbruik groter dan 500 m 3 en/of een eigen waterwinning met pompcapaciteit groter dan 5 m 3 /u.

    Enkel het principe van de heffing bij grootverbruikers wordt hier verder besproken.

      BACK

    Berekening van de heffing voor grootverbruikers

    BACK

    Veel bedrijven verbruiken meer dan 500 m 3 water per jaar en/of beschikken over een eigen waterwinning met een pompcapaciteit groter dan 5 m 3 /u. Ze zijn in termen van afvalwaterheffing "grootverbruikers". Er zijn er ongeveer 30 000 in Vlaanderen.

    De formule voor de berekening van de heffing is: H=NxT , waarbij het heffingsbedrag (H) gelijk is aan het product van de vuilvracht(N) uitgedrukt in vervuilingseenheden (VE) en het geïndexeerd eenheidstarief (T) dat 26.36 EURO bedraagt voor het heffingsjaar 2002.
    De vuilvracht N is de som van: N=N1+N2+N3+Nk , waarbij N1 staat voor de zuurstofbindende- (BOD,COD) en zwevende stoffen, N2 staat voor de zware metalen, N3 staat voor de nutriënten (stikstof en fosfor) en Nk staat voor de vuilvracht veroorzaakt door het lozen van koelwater.
    De minimum heffing bedraagt 7.44 EURO.

    De VMM hanteert twee verschillende berekeningswijzen voor de grootverbruikers. De bedrijven kunnen kiezen.

    Ofwel laten de bedrijven hun geloosde vuilvracht op een forfaitaire manier berekenen door de VMM. de aard van het bedrijf bepaalt dan met welke omzettingscoëfficienten het waterverbruik en eventueel de productiegegevens vermenigvuldigd worden. Hoe vervuilender de bedrijfstaks is, hoe hoger de coëfficiënten en dus ook de heffing. De heffing van 95% van de bedrijven wordt op deze manier berekend. Het gaat meestal om bedrijven die hun afvalwater niet zelf zuiveren, of om bedrijven die geen sterk vervuilende activiteiten hebben.

    Ofwel laten de bedrijven hun geloosde afvalwater door een erkend labo meten en analyseren, en delen ze de resultaten mee aan de VMM. Aan de hand van meetgegevens die tonen hoe vervuild het afvalwater is, berekent de VMM de geloosde vuilvracht en de corresponderende heffing. Uiteraard neemt de VMM controlestalen. Deze berekeningswijze wordt meestal gebruikt bij grote bedrijven die zelf investeren in afvalwaterzuivering. Slechts 5% van de bedrijven laat de heffing op deze manier berekenen, maar ze zijn goed voor 65% van de heffingsopbrengst van de grootverbruikers.

      BACK

    De rol van Laboratorium ECCA NV

    BACK

    De meeste bedrijven hebben er alle baat bij om hun geloosde afvalwater door een erkend labo te laten meten en analyseren, gezien deze berekeningswijze bijna altijd zal resulteren in een lagere milieuheffing dan bij fofaitaire berekening.
    Meer informatie vindt u hierover in het volgende artikel: Hoe berekent de overheid uw milieuheffing op afvalwater? Hoe kan daarop bespaard worden?

    Laboratorium ECCA NV is zowel erkend (Vlaamse overheid) als geaccrediteerd (Beltest) voor het uitvoeren van tijd- en debietgebonden afvalwatermeetcampagnes en het analyseren van de beschouwde parameters.
    Laboratorium ECCA NV is hiervoor uitgerust met alle nodige apparatuur en welopgeleide mensen, en verzekert u een discrete en professionele aanpak.

    Prijsbestek

    BACK

    Om u een aanvraag voor een prijsofferte te besparen, publiceren wij hier onze prijzen en uitvoeringsmodaliteiten voor het uitvoeren van meetcampagnes in het kader van de milieuheffing. Het staat natuurlijk buiten kijf, dat wij steeds bereid zijn tot verdere inlichtingen.

    3-daagse campagne
    (heffing kleiner dan 12 394.68 EURO)
    5-daagse campagne
    (heffing groter dan 12 394.68 EURO)
    639.57 EURO excl. BTW 989.10 EURO excl. BTW
     
    Op deze prijzen geldt een korting van 5% indien de meting wordt uitgevoerd in de maanden maart, april, mei of juni.

    Deze prijzen omvatten:

    Administratieve voorbereiding

    • verzamelen van de noodzakelijke gegevens van de heffingsplichtige
    • verwittigen van de VMM betreffende de uitvoering van de geplande meetcampagne

    Debietmeting en proportionele monstername

    • installeren, ijken, programmeren, verzegelen en demonteren apparatuur
    • huur debietmeter
    • huur monstername apparatuur
    • stockering van de monsters bij 4°C
    • verplaatsingskosten (de monsters worden dagelijks opgehaald zoals door de VMM vereist is)

    Analyses

    • analyse van de dagstalen (3 of 5) op de heffingsparameters
    • N1: BOD,COD, zwevende stoffen
    • N2: zware metalen (koper, zink, nikkel, chroom, arseen, lood, zilver, cadmium, kwik)
    • N3: totaal stikstof en totaal fosfor

    Rapportering

    • van de geregistreerde debieten in tabel en grafiek
    • van de analyseresultaten per dagstaal per heffingsparameter
    • berekening van de milieuheffing aan de hand van de gemeten debieten en de bekomen analyseresultaten
    • administratieve opvolging van de uitgevoerde meetcampagne
      BACK

    Bereken zelf uw milieuheffing

    BACK

    Om u een aanvraag voor een prijsofferte te besparen, publiceren wij hier onze prijzen en uitvoeringsmodaliteiten voor het uitvoeren van meetcampagnes in het kader van de milieuheffing. Het staat natuurlijk buiten kijf, dat wij steeds bereid zijn tot verdere inlichtingen.

    3-daagse meetcampagne 5-daagse meetcampagne

    Deze toepassing is enkel bruikbaar voor gebruikers van Microsoft Internet Expolorer 5.01 of hoger. Netscape Navigator en gebruikers van andere browsers die deze toepassing toch willen gebruiken worden verwezen naar de Microsoft website waar u Internet Explorer gratis kan downloaden.

    Bodem

    Om conform de richtlijnen van OVAM te kunnen overgaan tot het uitvoeren van een oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek, dient noodzakelijkerwijze een bodemsaneringsdeskundige in te staan voor de keuze van de bemonsteringsstrategie, de monsterneming en de rapportering.
    De analyses van de grond- en grondwaterstalen dienen te gebeuren in een door OVAM erkend laboratorium.
    Niet alleen beschikt Laboratorium ECCA NV over de nodige erkenningen voor het uitvoeren van de chemische analyses, Labo ECCA NV is ook erkend als bodemsaneringsdeskundige (Type 1) en is derhalve in staat een bodemonderzoek volledig autonoom uit te voeren.

    De totale biosfeer bestaat uit verschillende ecosystemen, Brachydanio rerio elk met hun eigen biotische en abiotische factoren. Daarnaast zijn er de contaminatiefactoren, zijnde alle fysische, chemische en zelfs biologische agentia die een verstoring teweeg brengen in de ecosystemen of hun subcompartimenten.

    Sinds zijn ontstaan is ECCA getraind voor de uitvoering van ecotoxicologische testen met indicatororganismen welke de verschillende trofische niveaus vertegenwoordigen, en de biotische indexbepaling aan de hand van macro-invertebraten. Ook biodegradatietesten gebaseerd op simulatietesten met actief slib worden in ons laboratorium uitgevoerd.

    De dag van vandaag leven we in een milieu dat sterk bedreigd wordt door de vele chemicaliën die er in terecht komen, dit is vooral het gevolg van menselijk handelen. De controle van het potentieel gevaar voor het milieu van huishoudelijke en industriële effluenten die in Vlaanderen in het oppervlaktewater geloosd worden, evenals de toxiciteitcontrole van rivier- en kanaalsedimenten, is bijna uitsluitend gebaseerd op chemische detectie van een aantal prioriteitspolluenten. Deze strategie reflecteert zich in de normering waarbij geen rekening wordt gehouden met de effecten die de bewuste stoffen op het aquatisch ecosysteem kunnen uitoefenen bij de toegelaten concentraties (Vlarem I & II). Nochtans is juist het hoofddoel van het milieubeleid de bescherming en het behoud van dit ecosysteem te verwezenlijken. Het is duidelijk dat, om het mogelijk gevaar voor het aquatisch ecosysteem van effluenten en ander afval te detecteren, naast de klassieke chemische analysen, biologische testen onontbeerlijk zijn. De biobeschikbaarheid van een afvalstof, is de belangrijkste factor die bepaalt of een stof toxisch is of niet. De toxiciteit kan gemeten worden aan de hand van toxiciteittesten, waarbij levende organismen aan een toxische stof worden blootgesteld.

    Laboratorium ECCA is ook uitgerust met het MICROTOX testsysteem voor het uitvoeren van toxiciteittesten.

    Microtox

    Bij deze test worden luminescente micro-organismen (Vibrio fischerie) blootgesteld aan een teststof, waarbij de toename of de afname van de lichtintensiteit gemeten wordt. Het testsyteem meet de lichtintensiteit van de luminescente bacteriën na blootstelling aan een teststof en vergelijkt het met de lichtintensiteit van een blanco die geen teststof bevat. Een verschil in lichtintensiteit (tussen het staal en de blanco) wordt toegedragen aan het effect van de teststof op de testorganismen.

     

     

    Klik hier voor een overzicht van de analyses.

    ECOTOXICOLOGISCHE ANALYSES

    Hieronder volgt een overzicht van de ecotoxicologische- en biologische testen die routinematig in het Laboratorium ECCA NV uitgevoerd worden:

      Raphidocelis subcapitata
    • Wiergroei inhibitietest (acute toxiciteit)
    • 72-uur screening bioassay met Raphidocelis subcapitata
      norm: OECD 201

      Daphnia magna
    • Acute toxiciteit met Daphnia magna
    • 48-uur screening bioassay met juveniele Daphnia magna
      norm: OECD 202

    • Chronische toxiciteit met Daphnia magna
    • 21 dagen durende test (productie van juvenielen)
      norm: OECD 202

      Brachydanio rerio
    • Acute toxiciteit met vissen
    • 96-uur screening bioassay met Brachydanio rerio
      norm: OECD 203

      Microtox
    • Microtox acute toxicity
    • 15 minuten test met Vibrio fischerie
      norm: ISO 11348-3

      Hyalella azteca
    • Sedimentcontacttest
    • 10 dagen test met Hyalella azteca
      norm: ASTM E 1706

    • Biodegradatietest
    • Closed bottle test 28 dagen
      norm: OECD 301D
      Overzicht van de gebruikte toxkits (afkomstig van Microbiotests):


      • Rotoxkit F

      • Rotoxkit M

      • Thamnotoxkit F

      • Artoxkit M

      • Daphtoxkit F magna

      • Algaltoxkit F

    TOP BACK

    Algemeen

    De legionella bacterie komt voor in elk type water, alsook drinkwater. In bepaalde omstandigheden kan deze bacterie uitgroeien tot zeer grote aantallen(bv. sanitaire installaties met temperaturen tussen 25 en 55°C). Bij hoge aantallen kan de legionella bacterie longontsteking veroorzaken bij inademen van met de bacterie besmette dampen (bijvoorbeeld bij het douchen). Gezonde personen kunnen ziek worden, zwakkere personen(kinderen, ouderen, zieken) kunnen er aan sterven.

    Als gevolg van het uitbreken van deze bacterie in het buitenland, maar ook in België, kwam de legionella wetgeving tot stand op 11 juni 2004. Op 4 mei 2007 werd het nieuwe Legionellabesluit, dat door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd op 9 februari 2007, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en ging het ook meteen van kracht.

    Het legionellabesluit bepaalt oa. :

    • Dat in hoogrisico en matigrisico inrichtingen de watervoorzieningen gebouwd moeten worden volgens de Best Beschikbare Technieken
    • Bij elke verbouwing rekening moet gehouden worden met het besluit
    • De exploitant een risicoanalyse moet uitvoeren en een beheersplan moet hebben
    • De standaardmaatregel de beheersing van de Temperatuur is.
    • De maatregelen in een register moeten genoteerd worden
    • De staalname moet gebeuren door een geaccrediteerd labo
    • De exploitant op de hoogte moet zijn van de te nemen maatregelen wanneer het “niveau van waakzaamheid”, het “niveau van verhoogde waakzaamheid” of het “niveau van melding” wordt bereikt

    Het Vlaams Parlement heeft aan de Vlaamse Regering gevraagd het legionellabesluit te herzien en het legionellabesluit zo aan te passen dat het praktisch haalbaar en betaalbaar is voor de betrokken inrichtingen en ervoor te zorgen dat er minder energie en water verloren gaat.

    Het doel blijft de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen.

    Belangrijkste wijzigingen aan het Legionella besluit

    Voortaan zijn er twee soorten risicocategorieën :

    • Hoogrisico-inrichtingen : voor het publiek toegankelijke inrichtingen die gericht zijn op de behandeling de verzorging of de huisvesting van gevoelige personen.
    • Matigrisico-inrichtingen : inrichtingen met een collectieve warmwatervoorziening.

    De drempel waarboven de wetgeving van kracht is voor de genoemde installaties wordt van 10 potentieel blootgestelden opgetrokken tot 15. Hierdoor vallen de kleinere inrichtingen buiten de legionella wetgeving.

    Exploitanten van bestaande installaties zijn niet meer verplicht de structuur van hun installatie voor een bepaalde datum aan te passen. Zij kunnen ervoor kiezen om een aanvaardbaar (of eventueel hetzelfde) niveau van veiligheid te bereiken door een intensiever veiligheidsbeheer.

    Voor andere zoals koeltorens, klimaatregelingsystemen, tandheelkundige units, exposities, worden in het besluit specifieke maatregelen geformuleerd.

    Een beheersplan en een risicoanalyse blijven verplicht voor alle inrichtingen en alle aërosolproducerende installaties. De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de individuele installatie en moeten beschreven worden in een op te maken risicoanalyse en beheersplan.

    Voor de sanitaire installaties, de koeltorens en de klimaatregelingsystemen bestaat er een staalname verplichting die verbonden is aan drempelwaarden en acties.

    De melding moet voortaan gebeuren aan de Afdeling Toezicht Volksgezondheid die ook het volledige toezicht uitoefent.

    Aan de hand van routine-analysen, controle-analysen en houdbaarheidstesten controleren wij de chemische en bacteriologische kwaliteit van voedingswaren en hun grondstoffen.

    Met wetenschappelijke accuraatheid en de vereiste snelheid worden deze voedingsmiddelen getest op hun samenstelling en/of kwaliteit. Geavanceerde apparatuur zoals onder andere GC/MS, HPLC, AAS en ICP/MS, ondersteunt de gespecialiseerde analysetechnieken. Bloem, tarwe en andere granen worden geanalyseerd naar samenstelling en/of kwaliteit. De jaarlijks uitgevoerde "snelle oogstcontrole" is een studie van de inlandse tarwerassen wat betreft hun bakwaardige kwaliteit en gebeurt aan de hand van chemische- en rheologische testen en bakproeven.

    Ook veevoeding, meststoffen en bodemverbeterende middelen worden geanalyseerd. Met wetenschapplijke accuraatheid en de vereiste snelheid worden deze artikelen getest op hun samenstelling en/of kwaliteit. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van gespecialiseerde analysetechnieken voor het analyseren van toevoegingen en aanwezigheid van toxische componenten.

    UNDER CONSTRUCTION

     

    UNDER CONSTRUCTION

     

    REAL TIME PCR

    De afdeling Voeding werd recent uitgebreid met een nieuwe divisie: Real-Time PCR.

    Deze moleculair biologische techniek is gebaseerd op de exponentiële amplificatie (Polymerase Chain Reaction) van een welbepaald doelwit DNA. De analyse kan on-line gevolgd worden waardoor niet enkel de gevoeligheid een grote troef is maar ook de snelheid van een analyse.

    Voorbeeld resultaten PCR

    Hieronder vindt u uitleg bij de nieuwe Real-Time PCR analyses die wij u aanbieden:

    GMO Bepaling

    Door middel van Real-Time PCR kunnen GMO's opgespoord en gekwantificeerd worden. GMO's of genetisch gemodificeerde organismen (soja, maïs,.) zijn alomtegenwoordig in de voedingsindustrie.

    GMO Mais

    GMO's kennen sinds de jaren 90 een stijgende productie en export naar Europa toe. In het kader van deze toename werden bepaalde GMO variëteiten geautoriseerd en werd er een GMO wetgeving vastgelegd.

    Door de vernieuwde GMO wetgeving die vanaf 18 april 2004 van kracht is en de Novel Food verordening moeten meer producten geëtiketteerd worden. Voedingsmiddelen voor menselijke en dierlijke consumptie worden vanaf nu op dezelfde manier behandeld. Er werden wettelijke grenzen opgesteld die bepalen vanaf welk GMO-percentage etikettering van het voedingsmiddel verplicht wordt.

    Indien u nood heeft aan een dergelijke analyse, twijfel dan niet en neem contact met ons op (09/252 64 44). Wij kunnen u inlichtingen geven en u helpen met uw concrete analyseaanvragen. Wij analyseren zowel basisproducten als afgewerkte producten, veevoedingsstalen en stalen voor menselijke consumptie.

     

    Allergenen

    Momenteel werkt men op Europees niveau aan een regelgeving die de fabrikant verplicht de aanwezigheid van bepaalde allergene stoffen te vermelden op het etiket. Vanaf eind 2005 moeten een aantal stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken (allergenen) op het etiket van levensmiddelen worden vermeld. Het gaat om vis, schaaldieren, eieren, pinda’s, soja, melk en andere zuivelproducten (inclusief lactose), noten, selderij, mosterd, sesamzaad, sulfieten en granen die gluten bevatten.

    Wil u onderzoeken of uw product bepaalde allergische stoffen bevat, dan bent u bij ons aan het juiste adres.

    Pindanoot

    Wij kunnen door middel van Real-Time PCR reeds volgende allergenen opsporen: pindanoot, hazelnoot, soja en amandelnoot. Zijn uw producten allergeen-vrij? Na 1 dag weet u het resultaat.

    Opsporen van allergenen zoals soja, zuivelproducten, noten, sulfieten (additief) en gluten worden reeds in ons labo uitgevoerd, maar dan wel door middel van andere technieken.

     

    Dier species DNA

    Het is al vrij frequent aan bod gekomen in de media: sommige vleesstalen bevatten eiwitten van andere dierlijke species. Dit kan door middel van de ELISA- techniek opgespoord worden.

    De aanwezigheid van varkensvlees DNA en rundvlees DNA kan nu ook via Real-Time PCR opgespoord en gekwantificeerd worden in allerhande vleesstalen. Deze techniek is gevoeliger dan ELISA.

    Andere

    Naast deze analyses die wij u nu reeds kunnen aanbieden verwachten we een nog groter aanbod in de toekomst. Wij houden u zo snel mogelijk op de hoogte bij nieuwe ontwikkelingen. Naast de klassiek microbiologische analyse van Legionella pneumophila die momenteel wordt uitgevoerd in het labo, verwachten wij dat wij u binnenkort deze analyse in Real-Time PCR kunnen aanbieden waardoor we een snellere service kunnen leveren.

    Indien u vragen heeft omtrent analyses en kostprijzen aarzel dan zeker niet om ons te contacteren. Op deze website vindt u een inlichtingenformulier en u kan ons natuurlijk ook via telefoon of fax bereiken. Wij staan steeds voor u en uw vragen klaar!

    Laboratorium ECCA NV heeft op dit moment geen openstaande vacatures.

    Laboratorium ECCA NV
    Ambachtsweg 3
    9820 Merelbeke
    BE 0420.054.045

    • Secretariaat :
     
      Sabine
    • Sabine, Marijke, Kelly, Cristel
      Telefoon : 09/252 64 44
      Fax : 09/252 64 24
      E-mail: secretariaat@labecca.be
      Permanentie alle werkdagen van 08:00 uur tot 18:00 uur.
    • Management :
      Dr. Frank Benijts
    • Dr. Frank Benijts
      Christine Van Breusegem
    • Christine Van Breusegem
      Labo- en Kwaliteitsverantwoordelijke
      Voor inlichtingen in verband met kwaliteit, erkenningen, accreditatie, klachten en aankopen.
      E-mail: christine.van.breusegem@labecca.be
    • Eva Benijts
    • Katrien Renders
      Technoloog
      Voor inlichtingen in verband met de keuze en prijzen van analysen, opvragen van resultaten en prijsoffertes voeding.
      E-mail: katrien.renders@labecca.be
    • Bart Aesaert
      Technoloog
      Voor inlichtingen in verband met meetcampagnes en prijsoffertes leefmilieu.
      E-mail: ba@labecca.be
    • Afdelingen :
     
      Stefan De Vriese
    • Stefan De Vriese
      An Slegers
    • An Slegers
      Afdelingsverantwoordelijke Voeding
      Voor al uw technische vragen betreffende voeding.
      E-mail: an.slegers@labecca.be
      Christine Van Breusegem
    • Christine Van Breusegem
    Laboratorium ECCA NV
    Ambachtsweg 3
    9820 Merelbeke
    BE 0420.054.045

    België

    Vanuit richting Brussel E40:

    U neemt de autosnelweg E40 richting Oostende, en u volgt deze tot afrit Merelbeke (16).
    U volgt deze afrit waardoor u verplicht rechts meedraait.
    U volgt deze baan een 50-tal meter en dan slaat u rechts af en verlaat u de autostrade (R4) (volg de pijl "Diergeneeskunde"). Aan een T splitsing gekomen, slaat u links af en rijdt u onder de autostrade. U blijft deze baan volgen tot aan de volgende T splitsing waar u links af slaat. U rijdt nu over de brug tot aan de rotonde.
    De faculteit Diergeneeskunde laat u rechts liggen en u rijdt rechtdoor tot aan de volgende rotonde. Het laboratorium ECCA ligt recht voor u.
    De ingang van het laboratorium bereikt u door aan de rotonde rechts af te slaan (Hovenierstraat) en dan de eertse straat links (Ambachtsweg) te nemen. Na 50 m rijdt u terug links. U rijdt het terrein op links van het gebouw.

    Vanuit richting Oostende E40:

    U neemt de autosnelweg E40 richting Brussel, en u volgt deze tot afrit Merelbeke (16).
    U volgt deze afrit waardoor u verplicht rechts meedraait.
    Na ongeveer 500m slaat u rechts af richting Gent. U komt nu op de ringvaart. Eens aan de ringvaart gekomen neemt u de eerste afrit, namelijk afrit Merelbeke. U rijdt onder de brug en slaat dan rechts af (volg de pijl "Diergeneeskunde"). U rijdt over de brug tot aan de Rotonde waar u links afslaat. Blijf deze baan volgen tot u aan een brug komt. U rijdt nu over de brug tot aan de rotonde.
    De faculteit Diergeneeskunde laat u rechts liggen en u rijdt rechtdoor tot aan de volgende rotonde. Het laboratorium ECCA ligt recht voor u.
    De ingang van het laboratorium bereikt u door aan de rotonde rechts af te slaan (Hovenierstraat) en dan de eertse straat links (Ambachtsweg) te nemen. Na 50 m rijdt u terug links. U rijdt het terrein op links van het gebouw.

    Vanuit richting Antwerpen E17:

    U neemt de autosnelweg E17 richting Gent tot de afrit Merelbeke/Melle/Zelzate. U volgt richting Merelbeke en komt zo op de R4 terecht.
    Op de R4 gekomen houdt u de richting Merelbeke/UZG aan waardoor u langs de ringvaart terecht komt. Eens aan de ringvaart gekomen neemt u de eerste afrit, namelijk afrit Merelbeke. U rijdt onder de brug en slaat dan rechts af (volg de pijl "Diergeneeskunde"). U rijdt over de brug tot aan de Rotonde waar u links afslaat. Blijf deze baan volgen tot u aan een brug komt. U rijdt nu over de brug tot aan de rotonde.
    De faculteit Diergeneeskunde laat u rechts liggen en u rijdt rechtdoor tot aan de volgende rotonde. Het laboratorium ECCA ligt recht voor u.
    De ingang van het laboratorium bereikt u door aan de rotonde rechts af te slaan (Hovenierstraat) en dan de eertse straat links (Ambachtsweg) te nemen. Na 50 m rijdt u terug links. U rijdt het terrein op links van het gebouw.

    Vanuit richting Kortrijk E17:

    U neemt de autosnelweg E17 richting Gent tot de verkeerswisselaar E17-E40. U neemt de E40 richting Brussel, en u volgt deze tot afrit Merelbeke (16).
    U volgt deze afrit waardoor u verplicht rechts meedraait.
    U volgt deze baan een 50-tal meter en dan slaat u rechts af en verlaat u de autostrade (R4) (volg de pijl "Diergeneeskunde"). Aan een T splitsing gekomen, slaat u links af en rijdt u onder de autostrade. U blijft deze baan volgen tot aan de volgende T splitsing waar u links af slaat. U rijdt nu over de brug tot aan de rotonde.
    De faculteit Diergeneeskunde laat u rechts liggen en u rijdt rechtdoor tot aan de volgende rotonde. Het laboratorium ECCA ligt recht voor u.
    De ingang van het laboratorium bereikt u door aan de rotonde rechts af te slaan (Hovenierstraat) en dan de eertse straat links (Ambachtsweg) te nemen. Na 50 m rijdt u terug links. U rijdt het terrein op links van het gebouw.

    Vanuit richting Zelzate-Gent Zeehaven:

    U neemt de Kennedylaan tot Gent Zeehaven.U neemt de R4 (lichten aan de silo's) en volgt die tot aan het einde. Op de R4 gekomen houdt u de richting Merelbeke/UZG aan waardoor u langs de ringvaart terecht komt. Eens aan de ringvaart gekomen neemt u de eerste afrit, namelijk afrit Merelbeke. U rijdt onder de brug en slaat dan rechts af (volg de pijl "Diergeneeskunde"). U rijdt over de brug tot aan de Rotonde waar u links afslaat. Blijf deze baan volgen tot u aan een brug komt. U rijdt nu over de brug tot aan de rotonde.
    De faculteit Diergeneeskunde laat u rechts liggen en u rijdt rechtdoor tot aan de volgende rotonde. Het laboratorium ECCA ligt recht voor u.
    De ingang van het laboratorium bereikt u door aan de rotonde rechts af te slaan (Hovenierstraat) en dan de eertse straat links (Ambachtsweg) te nemen. Na 50 m rijdt u terug links. U rijdt het terrein op links van het gebouw.

    ARCHIVE

     

    Here you'll find old news items.

  • Allergenen
  • Benzo(a)pyrene
  • AOAC Low Lands
  • gebruikersnaam:
     
    wachtwoord:
     
      © Copyright 2005. laboratoriumecca.be