Stefan De Vriese: ECCA-labmanager met hart voor leefmilieu

Stefan De Vriese: ECCA-labmanager met hart voor leefmilieu

De Analyse – Stefan De Vriese

In de rubriek ‘De Analyse’ staan we stil bij de professionele herinneringen en dromen van onze ECCA-medewerkers. Maar hengelen we evengoed naar enkele persoonlijke ontboezemingen. Vandaag bijt niemand minder dan labmanager Stefan De Vriese de spits af.

Paspoort: 
  • Naam: Stefan De Vriese
  • Functie: Labmanager van ECCA & BIOTOX
  • Leeftijd: 49 jaar
  • Aantal jaren bij ECCA: 18 jaar
  • Hobby's: volleybal-scheidsrechter, muziekfestivals bijwonen, brandhout zagen in de natuur

 

Wat is jouw specialisatie en welke opdrachten vind je het boeiendst?
“Mijn onderzoekershart gaat een beetje sneller slaan als het over leefmilieu gaat. Met name de ecotoxicologische thema’s en asbest intrigeren mij. Omdat ik kwaliteit hoog in het vaandel draag, voer ik graag externe en interne audits uit. Zo kunnen we het analyseresultaat verbeteren. Sinds enkele jaren geleden behoren de afdelingen ‘voeding’ en ‘bacteriologie’ ook tot mijn bevoegdheid. Iedere dag bouw ik hierover mijn kennis op: gelukkig kan ik hierbij steunen op ervaren medewerkers.”
 

Welke trend is de komende jaren bepalend binnen jouw specialisatie?
“Ik hoop dat de beleidsmakers de komende jaren ‘ecotoxicologie’ meer in de regelgeving zullen opnemen. Niet om nog meer regeltjes en normen op te leggen. Maar als basis voor een ondersteunend kader van waaruit we de uitdagingen voor het leefmilieu in kaart kunnen brengen.”
“Verder blijft monstername een uitdaging. Mensen onderschatten de invloed van monstername op een analyseresultaat nog teveel. Correcte, werkbare en handhaafbare procedures kunnen ervoor zorgen dat deze eerste stap correct wordt uitgevoerd. Ik hoop daarom dat de wetgever erkenningen en handhaving rond staalname opneemt in de regelgeving. Momenteel zijn er nog teveel hiaten in VLAREM, VLAREBO …”
 

Wat was je droomjob toen je 5 jaar oud was?
“Toen droomde ik ervan om boswachter te worden. Die liefde voor de natuur en voor duurzaamheid is altijd gebleven. Vandaar mijn focus op het leefmilieu tijdens mijn job. Maar ook na de uren vertoef ik graag buiten. Bijvoorbeeld door zelf te composteren in mijn grote tuin met natuurlijke opbouw. Of door brandhout te gaan zagen: door exoten zoals de Amerikaanse Vogelkers uit onze bossen te halen, creëer je plaats voor inheemse soorten.”
 

Hoe blijft jouw kennis up to date?
“De nieuwsbrief van VITO staat met stip in mijn bronnenlijstje. Maar ik verzamel ook nieuwe inzichten en extra informatie via de OVAM- en LNE-werkgroepen. Zo bouwde ik een groot netwerk waarop ik kan terugvallen. Onlangs nam ik bijvoorbeeld nog contact op met Luc Debaene (OVAM) over het beoordelen van zeefzand voor zelfcontrole.”
 

Welk woord gebruik je het vaakst tijdens de werkuren en wat is jouw opmerkelijkste kantoorgewoonte?
“Blijkbaar zeg ik nogal vaak ‘We gaan het oplossen …’. En mijn kantoorgewoonte? Blijkbaar heb ik nog wat stappen te zetten richting ‘clean desk’ (lacht). Maar, in mijn eigen wanorde vind ik alles wel altijd terug.”
 

Welke (al dan niet vreemde) gewoonte heb je op kantoor? 
“Er liggen altijd koeken of snoepjes in mijn bureaulades (glimlacht).”
 

Wat is jouw meest memorabele moment bij ECCA?
“Ik ben heel trots dat ik de toekomstige organisatie van ons laboratorium mee mocht helpen uittekenen. Onder de noemer ‘Fit For Growth’ werkten mijn kompaan Bart Aesaert en ik een voorstel uit voor een nieuw laboratoriumlandschap bij ECCA. Nadien verfijnden we deze structuur in overleg met onze eigenaars Tom en Eva Benijts. De basis van het voorstel? Interne kennis opbouwen en zelfsturende teams ruimte geven, met aandacht voor een familiale omgeving.”
“Anderzijds is de lancering van onze CMDR (nvdr. de Clean Mask Decontamination Room is een container die mondmaskers ontsmet) me ook  bijgebleven.”
“Ten slotte help ik klanten graag in de zoektocht naar de oorzaak van milieuproblemen. De voorbije jaren konden we zo enkele complexe dossiers oplossen, met een winst voor bedrijf en milieu. Een voorbeeld? Door de NOEC van enkele ‘probleemstoffen’ in het lozingswater te bepalen via ecotoxicologische analyses, konden we aantonen dat deze producten (bij de geloosde concentraties) geen impact hebben op ons ecosysteem. Zo verkreeg onze klant een bijzondere lozingsvoorwaarde.”


Wat is jouw ultieme professionele droom binnen ECCA?
ECCA verder doen groeien door onze analyses nog beter te onderbouwen. Het uitwerken van WAC (meting en analyse van water), CMA (monsterneming en analyse) en BAM (analysemethodes voor mest, bodem en veevoeder) ligt me na aan het hart. Methodieken verbeteren de vergelijkbaarheid van resultaten tussen labo’s. Er moet aandacht zijn voor de economische en analytische haalbaarheid. Vanuit mijn ervaring hoop ik in deze materie een steentje te kunnen bijdragen. Daarnaast speel ik graag een adviserende rol binnen LNE (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie), VLM (Vlaamse Landmaatschappij) en OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij